|
Recensie optreden de Piek, Vlissingen
Een kloppende song heeft een begin en een
eind.
Tussenin zit iets boeiends en met het ritme is ook wat bijzonders aan de hand.
Dan heb ik het nog niet over de tekst, maar welbeschouwd kunnen ook daaraan zekere eisen worden gesteld. Het klinkt simpel en dat is het ook.
Toch horen we in Zeeland sporadisch een popgroep geheel aan deze
voorschriften voldoen. Wat horen we dan? Gerammel, gerommel, herrie en
pseudo-interessante hoofden (enigszins verhit), die beamen dat muziek hier niks
met universele conventies te maken heeft. Het publiek moet maar aannemen dat
de wereld aldus in elkaar zit. Snapt men het niet, dan is het ieders probleem, maar zeker niet dat van de
popgroep in kwestie. Poppunt Zeeland staat dit merkwaardige misverstand toe, ja
lijkt het zelfs te bevorderen. Veelvuldig zag ik een Zeeuwse popgroep of een
Zeeuwse singer-songwriter in voornoemde nevelen van een Arsenaal- , Beest- of
Hooizolderpodium afdalen. Rechtstreeks in de armen van een juichende
popconsulent.
Daarom was het zo aardig zaterdag met een clubje intimi weer eens naar de aloude
Piek te trekken teneinde getuige te zijn van de Subterranean Outlaws met
rockbassist Bartel Bartels (oorspronkelijk “uut Eintjesand”) als
kettingrokende centrale figuur. De jonge jongens (verder: Eric Devries, Eric van
Dijsseldonk en Stephan van der Meijden) speelden vol overtuiging een
afwisselende set uit het repertoire van B. Dylan. Ze lieten daarmee zien en
horen, dat ze Bob behoorlijk bestudeerd hadden, vol bewondering waren over diens
ijzeren repertoire en - beetje impliciet - dat je het in ons land eigenlijk
helemaal uit je hoofd moet laten de pretentie te koesteren, dat je iets toe te
voegen hebt aan het Engelstalige repertoire. Dermate verfrissend, dat we
vergaten dat buiten de zomer was begonnen. Bijkomend voordeel was, dat het juist
aangeslagen biervat “zomerklaar” moest worden opgeleverd. En of wij daarvoor
misschien vrijwilligers in onze kennissenkring hadden…
|